Onze Oude Garde

De Oude Garde van SC Mercurius werd een aantal jaar geleden opgericht door enkele ex-praesidiumleden die zich op indirecte manier nog verbonden wilden voelen met hun studentenclub, met als doel een regelmatig contact te houden met elkaar.

Hiervoor werd de maandelijkse vergadering in het leven geroepen.
Deze neemt gezien het informele karakter van de OG vaker de vorm aan van een gezellig bijpraten met oude bekenden dan die van een stijf-deftige vergadering.
De structuur van de OG maakt eveneens duidelijk dat het hier eerder om een ongedwongen vereniging gaat dan om een soort parlement. Ze heeft bijvoorbeeld wel een voorzitter – geen praeses zoals in een \’gewone\’ studentenclub – die de taken van PR, secretaris en penningmeester combineert, maar verder wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende leden. Naast het sociale karakter heeft de OG desalniettemin ook een meer ernstige opdracht. Zo zijn leden, gezien hun ervaring in voorgaande praesidia, steeds bereikbaar voor het beantwoorden van eventuele vragen gesteld door huidige praesidiumleden m.b.t. hun functie. Ze vormen zo als het ware een vraagbaak en steun. Verder kunnen ze de werking van het praesidium optimaliseren met voorstellen of nieuwe initiatieven. Het is niet de bedoeling dat de OG zich mengt in het dagelijks bestuur van de studentenclub, maar ze wil bijdragen tot een betere samenwerking van deze laatste en eventueel zorgen voor het voortbestaan van de club, al is dat duidelijk dat dit laatste zich liefst niet hoeft voor te doen.

Onze voorzitters

Lijstje met voorzitters van de garde

xxxx-xxxx Michael “Ketten” De Corte

xxxx-xxxx Koen “ludo” de spiegeleer

xxxx-xxxx ….

Oude garde lied

Oude Garde Lied

Tekst: Bruyneel Geert
Melodie: The Wild Rover

Lied:
In onz’n tijd was het tof.
In onz’n tijd was het fijn.
We stonden bekend als familie van ‘t zwijn.
Wij hadden veel lol,
En nog altijd plezier.
Me da vat, dènnen bak en dè kenne vol bier.

Refrein:
Kijkt isj noar ‘A Garde.
Zie ze doar na weer stoon.
Ze zen weer on ‘et foiven.
Der komt gien enj’ oan.

Wij zen der nog boi,
En we komen weer boit’n.
Noar ons goed fatsoen
Go je weer kinnen floiten.
Ons moag, onze lever voelen wij niet miér
En tegen morgenvroeg
Onze kop graâlek ziér.

Refrein

Als ‘t is om te vieren
Zijn we er geiren bij.
Dèn stoan we te drinken,
Allemoal op een roi.
Dèn loaten we scheten.
Amaai wa ne stank.
En we goan niet naar hois,
Want we blijven nog lank;

Refrein (x2)